Het was maar een kort bericht op Facebook, afgelopen zondag, van de Oekraïense brigadegeneraal Andri Biletsky, commandant van het Derde Legerkorps. Maar de consequenties voor de Russische militaire activiteiten in Oekraïne zijn, in potentie, enorm. De stad Loehansk staat volgens Biletsky sinds kort „onder controle van de drones” van zijn troepen.

De bezette hoofdstad van de gelijknamige regio in Oost-Oekraïne ligt zo’n honderd kilometer van het front, maar Oekraïense drone-eenheden voeren er volgens Biletsky aanvallen uit op Russische militaire infrastructuur in de wijde omgeving: van luchtafweerinstallaties tot munitiedepots en van tankauto’s tot commandoposten.

Nieuw is dat de Oekraïners met grote precisie Russische doelwitten kunnen aanvallen op afstanden tussen de twintig en tweehonderd kilometer achter de frontlijn. De jongste reeks droneaanvallen is onderdeel van een campagne waarmee Kyiv de Russische logistieke operaties in het zuiden en oosten van Oekraïne verstoort.

Een slinkend wagenpark van legertrucks en tankauto’s maakt het voor de Russen steeds moeilijker de fronttroepen te bevoorraden. Dat afknijpen van de logistieke lijnen heeft een domino-effect op de militaire activiteiten, zoals analisten van het Institute for the Study of War (ISW) eind mei beschreven: aan het front doven de Russische offensieven langzaam uit en lijken de Oekraïners het initiatief te nemen.