Middelbare scholieren hebben tijdens de coronapandemie een te hoge prijs betaald. Bij een volgende pandemie zou het onderwijs met aanpassingen open moeten blijven. Dat zei Paul Rosenmöller, voormalig voorzitter van de VO-raad, de belangenorganisatie van het voortgezet onderwijs, woensdagmiddag tijdens zijn verhoor door de parlementaire enquêtecommissie corona.
„Ik heb alle respect voor iedereen die zich rot heeft gewerkt om antwoorden te vinden op moeilijke situaties”, zei Rosenmöller. Hij wilde dan ook niemand verwijten maken over de schoolsluitingen. Maar als er uit deze pandemie geen lessen worden getrokken en de scholen bij een volgende pandemie opnieuw moeten sluiten, „dan wordt het wel verwijtbaar”, zei hij. „Dan gaan we willens en wetens schade toebrengen aan een volgende generatie.” Hij pleitte voor een flexibeler onderwijssysteem en betere huisvesting voor scholen om tijdens een pandemie aangepast onderwijs mogelijk te maken.
Aan het begin van de coronapandemie was de VO-raad nog tegen het sluiten van de scholen, vertelde Rosenmöller. Maar op zaterdag 14 maart 2020 kwam er een oproep van de Federatie Medisch Specialisten om alle scholen onmiddellijk te sluiten. Volgens hem een „onaangename verrassing”, omdat het OMT eerder had geadviseerd de scholen open te houden. Toch begreep hij dat het kabinet niets anders kon doen dan de scholen te sluiten. De onrust in de samenleving, ook op scholen, was inmiddels zo groot dat er ”geen houden meer aan” was. De voorzitter stuurde toenmalig premier Rutte en minister Hugo de Jonge (VWS, CDA) een appje om te zeggen dat de VO-raad het „alles afwegende, een verstandig besluit” vond.














