De rechten van kinderen, zoals het recht op ontwikkeling, gelijke behandeling, onderwijs en bescherming tegen mishandeling, zijn tijdens de coronapandemie geschonden. Hun belangen werden niet serieus meegewogen in het coronabeleid van de regering. Dat zei Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer woensdagochtend tijdens haar verhoor door de parlementaire enquêtecommissie corona. Ze vertelde dat haar tijdens de hele coronaperiode nooit door het kabinet of de Tweede Kamer gevraagd is om advies. „Kinderen staan niet voorop, maar de Kinderombudsman ook niet”, zei ze.

De enquêtecommissie vroeg aan Kalverboer of zij niet zelf meer aan de bel had moeten trekken bij de regering. De Kinderombudsvrouw aarzelde. Volgens haar ligt dat lastig, gezien haar positie van Hoog College van Staat, een onafhankelijk instituut. „Ik denk niet dat ik te bescheiden ben geweest, ik ben te onmachtig geweest.”

Ik denk niet dat ik te bescheiden ben geweest, ik ben te onmachtig geweest

Kalverboer, die sinds 2016 de functie van Kinderombudsman vervult en Kinderombudsvrouw wordt genoemd omdat zij een vrouw is, stuurde tijdens de pandemie diverse brieven aan toenmalig minister-president Rutte, de ministers van Onderwijs en de minister van Justitie. De Kinderombudsvrouw schreef ook opiniestukken in kranten en verscheen regelmatig in de media. Ze waarschuwde dat het niet goed ging met bepaalde groepen kinderen, zoals kinderen die thuis in een onveilige situatie leefden, of die hun ouders niet meer mochten zien, bijvoorbeeld omdat ze in een instelling woonden. Maar er waren ook groepen voor wie de scholensluiting juist fijn was. Thuiszitters kregen bijvoorbeeld ineens online onderwijs. Ze vroeg om in het beleid meer rekening te houden met die verschillen.