Odole Bordaz, de biografe van de Franse musketier d’Artagnan, wees archeoloog Wim Dijkman al zo’n kwarteeuw geleden op een congres aan en verordende: „Jíj moet zijn graf gaan vinden.”

Thuis in Maastricht vertelt Dijkman die anekdote en haalt vervolgens een boek tevoorschijn. Op het titelblad wordt hij door Bordaz (weer) naar voren geschoven als degene die de „postume odyssee” van Charles Batz de Castelmore – de geboortenaam van d’Artagnan – moet ophelderen. „Maar dat hield me niet obsessief bezig, hoor.”

Wel is Dijkman al jaren luitenant van het Nederlands Escadron der Musketiers van de Koning. Getooid in sjerpen en capes, gewapend met degens, houdt dat gezelschap de herinnering levend aan de Fransman, die in 1673 tijdens het beleg van Maastricht sneuvelde.

Onder de Sint-Petrus-en-Pauluskerk van Wolder, een aan de Limburgse hoofdstad vastgegroeid dorp, moest hij begraven liggen. Daar hadden de Fransen hun belangrijkste kampement opgeslagen. En daar liet de Zonnekoning, Lodewijk XIV, dagelijks missen opdragen en zou hij vertrouweling Batz de Castelmore hebben laten begraven.

Het vinden van Frankrijks nationale held zou mijn carrière bovendien prachtig bekronen