Op vrijdagmiddag kreeg ik in de Astronautenzaal van Space Expo een stoel aangereikt van André Kuipers. Veertig mensen waren druk in gesprek toen ik veertig minuten te laat binnenkwam, en ik probeerde me zo onopvallend mogelijk tegen de muur te drukken in de volle zaal. Maar toen was daar André met zijn stoel, gebarend naar een vrij plekje. Niet dat ik hem direct herkende – misschien was het de hitte, misschien het feit dat hij geen ruimtepak aanhad maar een overhemd.

Ik was te gast bij de Ambassade van de Maan, een initiatief van astrofysicus Marc Klein Wolt en schrijfster en theatermaakster Marjolijn van Heemstra waarbij wetenschappers, kunstenaars en mensen uit de ruimtevaartindustrie zich buigen over de vraag: hoe beschermen we de maan tegen teveel menselijke bemoeienis? En zijn we daarvoor nog wel op tijd?

Termen als moon mining vlogen tijdens de brainstormsessie over tafel. Er werd een parallel getrokken met de diepzee, waar de mijnende mens ook gretig zijn tentakels naar uitstrekt zonder de langetermijngevolgen te kennen. „Maar daar léven soorten”, wierp iemand tegen. „Levende natuur laat zich makkelijker beschermen dan levenloze.” „Dan moeten we juist naar de maan”, opperde een ander. „Want met mensen reizen microben mee en dan volgt de biodiversiteit vanzelf. Make the moon green again.”