Ze zit kalm te praten in de tuin van de bevriende activist Nico Schoonderwoerd, waar ze logeert. Maar Agather Atuhaire (38), in wit T-shirt met een grote gestileerde microfoon erop, voelt zich nog altijd „gestrest”. De grenswachter op Schiphol had vast niet gedacht dat een zwarte vrouw uit Oeganda zo veel stempels in haar paspoort kon hebben, zegt ze schamper over wat ze een „racistische” actie noemt van de marechaussee. Een avond eerder miste ze er haar vliegtuig naar huis door.

„Op Schiphol zeiden ze te willen onderzoeken of mijn paspoort niet vervalst was. Ze vroegen me niets, spraken Nederlands met elkaar, lieten me twintig minuten wachten. Terwijl ze wisten dat ik weinig overstaptijd had doordat mijn vlucht uit Oslo vertraagd was. Nadat ik mijn vlucht had gemist, en ze een nieuwe vlucht hadden geboekt voor de volgende dag, zei zo’n grenswachter, een jonge, arrogante vent, dat ik maar op het vliegveld moest slapen of zelf een hotel moest nemen. Op dat moment kreeg ik een stekende pijn in mijn borst. Ik zeeg neer op de grond, bevroor, kon niet meer ademen, begon te huilen, kon niet spreken. Het voelde als Tanzania all over again, het moet de posttraumatische stressstoornis zijn geweest. Toen dit was gezakt, belde ik Nico.” Haar onvrijwillige verblijf in Nederland begin deze maand biedt de kans voor een interview over moed en de mensenrechtensituatie in haar regio.