„Volgens mij heb ik Rituelen van Cees Nooteboom inmiddels vijf keer gelezen. De eerste keer was begin jaren tachtig, toen ik net Nederlands gaf op de avondschool. We bespraken het boek wekenlang in de klas. Dat kan je je nu bijna niet meer voorstellen: vijf, zes lessen over één roman.

Maar deze roman leent zich daar perfect voor. Rituelen is geen boek dat je even snel uitleest; de roman is heel gelaagd met veel symboliek en verwijzingen. Het vertelt het verhaal van Inni Wintrop, die na het mislukken van zijn huwelijk probeert betekenis te vinden in een leven dat hem voortdurend ontglipt. De mensen die hij ontmoet proberen allemaal via dagelijkse handelingen, ceremonies en vaste patronen grip te krijgen op de chaos van het bestaan. Dat klinkt zwaar, maar er zit ook veel ironie en humor in het boek.

Wat me toen vooral trof, was de vorm. Het was geen traditionele roman met een duidelijke lijn van A naar B. Het boek werkte associatief, bijna zoals herinneringen werken. Dat past ook bij een van de beroemdste zinnen uit het boek: ‘Herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil.’ Mijn eigen herinnering aan het boek werkt precies zo; sommige scènes wist ik nog glashelder, andere waren volledig verdwenen.