De bluswerkzaamheden zijn nog in volle gang als minister van Defensie Ruben Brekelmans (VVD) en staatssecretaris Gijs Tuinman (BBB) op 30 maart van het vorige jaar aankomen in Dnipro, in het oosten van Oekraïne. De avond ervoor is de stad aangevallen met Russische drones, er zijn doden en gewonden gevallen. De twee bewindslieden bezoeken een verwoeste wijk. „Ik zie en ruik de impact van de Russische agressie”, schrijft Brekelmans op X.
Brekelmans en Tuinman zijn naar Oekraïne gekomen met een grote cheque in hun binnenzak. Het in 2024 aangetreden kabinet-Schoof heeft jaarlijks 3,5 miljard euro ter beschikking voor militaire bijstand aan Oekraïne; voor 2025 is daar nog eens een ‘versnellingspakket’ van 2 miljard euro bijgekomen. Een onderdeel daarvan is een mega-investering in de productie van Oekraïense drones.
In 2024 zijn zogeheten First Person View (FPV)-drones, kleine quadcopters die via een videobril vanaf de grond worden bestuurd, het dominante wapen op het slagveld geworden. Oekraïne wil de inzet ervan nu zó opschalen dat aan het front een ‘kill zone’ van tien tot vijftien kilometer diep ontstaat, waarin alles en iedereen wordt opgeblazen. Om te kunnen beginnen moet de productie van drones in Oekraïne sterk worden opgevoerd, en daarvoor is geld nodig – heel veel geld.












