Drieduizend aangiften van ernstige misdrijven werden in 2024 niet behandeld omdat de politie of het Openbaar Ministerie te weinig (recherche)capaciteit hadden. Dat blijkt uit een onderzoek dat de Rekenkamer deed naar uitgaven van de politie en naar welke prioriteiten de organisatie stelt. Het ging onder meer om mogelijke gewelds- en zedendelicten, ondermijningszaken en zware diefstal.

De regionale verschillen zijn groot, concludeert de Rekenkamer: aangiften bleven het vaakst liggen vanwege capaciteitsproblemen in Limburg en juist minder vaak in Oost-Nederland en Rotterdam. Doordat rechercheteams overbelast zijn, verschuift de opsporing van ernstige misdrijven als woninginbraken, overvallen, zedendelicten en geweldsmisdrijven ook vaker naar basispolitieteams.

10.000 aangiften van ernstige misdrijven bleven in 2024 liggen, schrijft de Rekenkamer: behalve de 3.000 die niet werden behandeld vanwege capaciteitsproblemen werden 7.000 zaken „bij voorbaat afgewezen”. Waarom dat is gebeurd, wordt uit het onderzoek niet duidelijk.

De Rekenkamer keek behalve naar capaciteit ook naar de prioriteiten die de politie stelt en ziet dat de ernstigste zaken, die met de meeste maatschappelijke schade, niet de meeste aandacht krijgen. Het ministerie van Justitie en Veiligheid geeft bijvoorbeeld veel aandacht aan cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit, terwijl de maatschappelijke schade van die zaken relatief laag is. Het OM besteedt relatief veel tijd aan winkeldiefstallen en hard- en softdrugsbezit.