„Ik heb niks fout gedaan. Ik heb alleen mijn vak uitgeoefend.” Dat zei huisarts Rob Elens uit het Noord-Limburgse dorp Meijel woensdagmiddag tijdens zijn verhoor bij de coronacommissie. Elens diende het antimalariamiddel hydroxychloroquine toe bij coronapatiënten. Succesvol, volgens hemzelf, al werkt het volgens studies niet tegen corona. Elens kwam sinds de start van de coronapandemie geregeld in conflict met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Elens kwam via een dokter in New York aan zijn behandelmethode met hydroxychloroquine. Hij paste het toe op een ernstig zieke patiënt, een man van in de tachtig. Die wilde pertinent niet naar het ziekenhuis, vertelde Elens. „Ik zei tegen zijn familie: ik wil dit wel proberen als jullie dat goed vinden. De eerste dag lag deze man nog in bed, de tweede dag zat hij op de bank, de derde dag zat hij aan het ontbijt. Ik heb tien mensen behandeld, er waren nul bijwerkingen.”

In een item op de lokale omroep vertelde hij enthousiast over zijn ervaringen. Twee dagen later hing de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd aan de lijn, vertelde Elens, met de boodschap dat hij zijn behandeling niet mocht voortzetten wegens gebrek aan bewijs en zorgen over de bijwerkingen. Elens stopte met zijn behandelingen, zag een patiënt overlijden aan het virus, en besloot weer terug te keren naar zijn methode. Later wees het Nederlandse Huisartsen Genootschap, de wetenschappelijke vereniging van huisartsen, het gebruik van hydroxychloroquine af tegen corona vanwege bijwerkingen. Ook kreeg Elens een tuchtzaak aan zijn broek.