Goedemorgen!

We beginnen de dag met woningmarktnieuws, en WOZ-waarde in het bijzonder. Want de door gemeenten vastgestelde waarde van een gemiddelde koopwoning is in 2026 met maar liefst 10,3 procent (!) gestegen en komt uit op 440.000 euro. Dat blijkt woensdagochtend uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Zo’n toename lijkt vreemd, want de gemiddelde verkoopprijs van koopwoningen stijgt al een tijd minder hard als gevolg van de hogere rente en het grotere aanbod op de koopmarkt. Dat de WOZ-waarde zo hard stijgt, komt doordat gemeenten met een jaar vertraging rekenen, en dus uitgaan van de waarde van 1 januari 2025. Zo bezien valt het nog wel mee en stijgt de WOZ-waarde minder hard dan de huizenprijzen, zo meldt het CBS. Bovendien waren de WOZ-stijgingen in 2024 (2,7 procent) en 2025 (5,3 procent) relatief bescheiden.

Voor huizenbezitters is de WOZ-waarde van belang voor gemeentelijke belastingen als de onroerendzaakbelasting, waterschapsbelasting en de inkomstenbelasting. Vroeger was het een sport om bezwaar aan te tekenen tegen de verhoging, waarop er een wildgroei aan bureautjes ontstond die grote aantallen geautomatiseerde bezwaarschriften afvuurden op gemeenten. Dit is onlangs aangepakt; door een aantal uitspraken van de rechter hoeven gemeenten nog maar 15 euro per geautomatiseerd bezwaarschrift te vergoeden.