Cabaretier Wim Kan zong tijdens zijn oudejaarsconference van 1973 het lied: ‘Er leven haast geen mensen meer die het kunnen navertellen’. Kan bracht het ten gehore naar aanleiding van het staatsbezoek van de Japanse keizer Hirohito in 1971 aan Nederland. Dit staatsbezoek leidde tot grote ophef onder Nederlandse overlevenden van de Japanse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog in Azië. Het is altijd een geliefd protestlied gebleven onder Indische Nederlanders.

Morgen ontvangt koning Willem-Alexander de Japanse keizer Naruhito samen met zijn echtgenote keizerin Masako voor een officieel staatsbezoek aan Nederland. De vraag is of het oorlogsverleden van Japan ter sprake komt.

Het protest tegen de komst van keizer Hirohito is inmiddels 55 jaar geleden. De generatie die toen de straat opging om te demonstreren tegen hét symbool van de Japanse militaire agressie in Azië en de Stille Oceaan is nu nagenoeg verdwenen. Toch leven er nog mensen van de eerste generatie die hun ervaringen van terreur, fysieke mishandeling en honger tijdens de Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië (1942-1945) kunnen navertellen.

Het leeuwendeel van de ongeveer honderdduizend witte Nederlanders (totoks) en tweehonderdduizend Indo-Europeanen (Indo’s) verhuisde na de Tweede Wereldoorlog naar Nederland – de zogeheten ‘repatriëring’. Deze groep oorlogsslachtoffers werd behandeld als tweederangsburger, hoewel zij wel de Nederlandse nationaliteit bezaten. Een strenge en gedwongen assimilatie volgde, met nauwelijks ruimte voor de verhalen van hun oorlogsleed. Financiële compensatie en erkenning bleven uit. Om over de oorlogstrauma’s en materiële schade van de zestig tot zeventig miljoen gekoloniseerde Indonesiërs en Chinezen maar te zwijgen – zij waren destijds immers officieel onderdanen van de Nederlandse kroon.