New York 1944: twee jongetjes zitten naast elkaar op een stoeprand. De ene verbergt zijn gezicht, de ander houdt diens arm vast en kijkt naar zijn vriendje. Je voelt dat er een verhaal achter zit, maar bij de foto staat alleen het jaar en de plek waar de Amerikaanse fotograaf Helen Levitt de foto maakte. Het is een prachtig beeld: intiem, liefdevol en typisch Levitt, die als geen ander in die jaren de levens van kinderen op straat in New York vastlegde.
Levitt werd beroemd met foto’s van kinderen tijdens hun spel of wanneer ze schitterende krijttekeningen maakten. Het New Yorkse straatleven van eind jaren dertig tot eind jaren tachtig is maar zelden zo mooi vastgelegd als door haar. Wie ze bekijkt, in de voortreffelijke overzichtstentoonstelling in Kunsthal Rotterdam, ziet kinderen van alle tijden hun spel spelen, troost zoeken, of genegenheid bij een ouder. Ziet dat er volwassenen zijn die lachen, eenzaam zijn of over hun buurt waken. Wat in de tijd verandert is de kleding, het consumentengedrag en de buurt, de rijkdom neemt iets toe, maar de intimiteit (of het gebrek eraan) blijft.
Levitt kwam in 1913 op de wereld als dochter van Joods-Russische immigranten. Een ontmoeting met de Franse fotograaf Henri Cartier-Bresson in 1935 zette haar niet alleen op het pad van de fotografie, maar vormde ook haar blik. Foto’s hoefden geen realistisch tafereel te zijn, maar konden ook kunstzinnig zijn, duidde Levitt zelf de invloed van Cartier-Bresson. De straattaferelen werden een soort theater vol kleine bewegingen en menselijke interactie.






