Tweede Kamerlid Marjolein Moorman had, zoals zo vaak, een keer een groep vrouwen uitgenodigd voor een gesprek. Het gebeurde enkele jaren geleden, ze was nog wethouder in Amsterdam en ze ging over schuldhulpverlening. Om haar heen zaten moeders die te maken hadden met schulden. Er was in de groep „meteen ontzettend veel emotie”, zegt Moorman. „De tissues kwamen op tafel toen ze vertelden over hun ervaringen.”

Moorman „luisterde aandachtig”, herinnert ze zich, en een gedachte vormde zich in haar hoofd: waarom vertelt ze niet over háár ervaringen? „En meteen een gedachte erachteraan, hè? Kan ik dat wel maken? Voor mij ligt het in het verleden, terwijl zij er elke dag mee te maken krijgen. Aan de andere kant voelde het ook oneerlijk, dat zij zo open zijn en ik zelf niets vertel.” In de beslotenheid van die bijeenkomst vertelde Moorman wat zij had meegemaakt. Hoe schulden en financiële onzekerheid haar leven hadden beheerst toen ze nog jong was. Hoe die problemen van toen nog steeds een rol in haar leven spelen. „En ik zag meteen dat het ook wat met hen deed.”

Wat deed het met hen?

„Ik voelde een onderling besef dat we dichter bij elkaar stonden dan het op het eerste gezicht lijkt. Dat we gewoon allemaal mensen zijn die zoiets kan overkomen. En de schaamte. Er is zoveel schaamte rondom schulden.”