Ik zie weinig verliefde jonge mensen, de laatste tijd.

Ik zocht de cijfers erop na, en er bleek in ieder geval minder traditioneel gehandeld te worden naar verliefdheid. Twintigers wonen minder samen, gaan vaker en sneller uit elkaar áls ze samen zijn en wonen regelmatig nog bij hun ouders. Daar worden allerlei redenen voor opgelepeld: er wordt langer gestudeerd, carrières hebben voorrang, er is gebrek aan huisvesting en natuurlijk keuzestress op datingapps.

Misschien worden twintigers wel verliefd, maar speelt alles zich vooral in het holst van de nacht af, in halfverlichte kamers, met de balkondeuren dicht. Logisch: waarom zou je de zoete onredelijkheid met iedereen willen delen? We zijn zichtbaarder dan ooit en weten meer van elkaar dan goed is.

Beter houd je dan verlangens verborgen, en op die manier onbezoedeld, zoals kinderen in de hoeken van hun kamer, onder dekens en in boekenkasten kleine doosjes verstoppen met daarin steentjes, muntjes, haaientanden.

Iets voor jezelf houden lijkt sowieso een nieuwe vorm van sociaal kapitaal. Waar tot voor kort online intieme levens (ziekte en scheiding, vruchtbaarheid en romantiek) ons overspoelden, lijkt het steeds minder aantrekkelijk om je ingewanden uit te spreiden voor de meute. De wereld in je buik en bed betrekken voelt gevaarlijker. Alles wat ze van je weten, de grote bedrijven en de kwaadwillende individuen achter hun toetsenborden, maakt kwetsbaar.