Opensourceprogrammeurs zijn als spinnende katten die jaren niet gekroeld zijn, maar nu wel even lekker onder hun kin worden gekriebeld. De knuffelaars zijn ambtenaren uit Brussel.

Zelden hoorde ik zoveel positieve reacties op een voorstel van de Europese Commissie. Die presenteerde op 3 juni het enorme European Technological Sovereignty Package. Dat bevat een aparte paragraaf over opensourcesoftware. Software waarvan de broncode openbaar is en die beschikbaar wordt gemaakt onder licenties die het mogelijk maken het te gebruiken, aanpassen en te delen.

Die opensourcestrategie staat vol met de juiste woorden, stellen mensen die actief zijn in die sector tevreden vast. Samengevat: opensource gebruiken is strategisch slim voor de EU. Het is een manier om technologie te ontwikkelen gebaseerd op samenwerking, transparantie, hergebruik en interoperabiliteit, zodat verschillende systemen samen kunnen werken. Daar zouden we dus veel meer gebruik van moeten maken.

Denk daarbij: het is niet haalbaar en misschien ook niet wenselijk dat er binnen een paar jaar een Europese ‘hyperscaler’ a la Amazon of Microsoft ontstaat. We kunnen wel zorgen voor digitale bouwblokken die goed op elkaar aansluiten.