Europa oogt nog relatief rustig. Hoewel de Straat van Hormuz nog altijd is afgesloten, zijn de benzineprijzen weer wat lager dan voorheen, vertrekken de vliegtuigen nog massaal en zijn grote brandstoffentekorten uitgebleven. De maatregel om energie te rantsoeneren, waar het Internationaal Energie Agentschap de afgelopen maanden overheden toe aanspoorde, is nog niet in zicht.

In maart omschreef Fatih Birol, directeur van het Internationaal Energie Agentschap (IEA), de energiecrisis als de grootste ooit. Hij sloeg alarm over naderende schaarste op de internationale energiemarkten. Waren die grote zorgen wel terecht?

Het IEA bewaakt de veilige energievoorziening in de westerse wereld. Het is opgericht na de Jom Kippoer-oorlog en de daaropvolgende energiecrisis in 1973. Inmiddels geldt het IEA als gezaghebbende instantie die overheden adviseert over energiezaken. In maart besloot het IEA, na een spoedoverleg, 400 miljoen vaten olie uit de strategische voorraden van lidstaten op de markt te brengen. Het was de grootste vrijgave sinds de oprichting in 1974. Dat kwam voor Nederland neer op 20 procent van de totale olievoorraad.

Fatih Birol is deze week in Nederland om in gesprek te gaan met premier Rob Jetten (D66) en klimaatminister Stientje van Veldhoven (D66). In het Amsterdamse filmmuseum Eye spreekt Birol op een conferentie, georganiseerd door AI-spinoff Kraken van de Britse energiegigant Octopus Energy. Vooraf, net uit de trein uit Parijs, heeft hij tijd voor vragen, in een witte ruimte in Eye vol roze en paarse octopusknuffels.