De zaak

Twee horecaondernemers hadden bij Deutsche Bank langlopende leningen van tientallen miljoenen met een variabele rente. In 2005 sloten ze renteswaps af: je gaat als klant een vaste rente betalen en de bank betaalt je de variabele rente terug. Je profiteert dan niet meer van rentedalingen, maar bent wel beschermd tegen (verdere) renteverhogingen.

Swapcontracten staan los van de lening en ontwikkelen tijdens hun looptijd een eigen waarde. In september 2007 tipte de bank de ondernemers: jullie swaps hebben een positieve waarde. En in januari nog eens: ze zijn positief, maar ze zakken wel. De ondernemers beëindigden de renteswaps nog diezelfde maand voortijdig, en ontvingen negen ton.

Nog geen half jaar later sloten de ondernemers opnieuw een renteswap af, voor tien jaar. Naar hun zeggen op advies van Deutsche Bank, die hun vertelde dat de rente zou gaan stijgen.

Na de looptijd verweten de ondernemers de bank dat die tien jaar geleden níét vertelde dat zij volgens een interne ‘rentevisie’ verwachtte dat de rente eerst nog verder zou dalen. De ondernemers beriepen zich op dwaling en stelden dat de bank haar zorgplicht had geschonden. Ze vorderden vernietiging van de swap en schadevergoeding.