Het verkeert in „een hersendode staat”, zo omschreef de Franse krant Le Monde het Frans-Duitse project om samen een gevechtsvliegtuig te bouwen eerder dit jaar. Aan Duitse zijde heerste niet veel meer enthousiasme. De Duitse Defensieminister Boris Pistorius (SPD) had uit voorzorg al benadrukt dat stopzetting van het project „niet het einde van de wereld zou zijn en dat de Duits-Franse vriendschap zou blijven bestaan”.

Hoewel er al miljarden gestoken zijn in het project, waarvan de kosten in totaal geraamd werden op 100 miljard euro, was al langer duidelijk dat de Frans-Duitse inspanningen voor een nieuw gevechtsvliegtuig zouden stranden. Maandag trok Duitsland definitief de stekker uit het project.

Die conclusie is niet onverwacht gezien de stroeve samenwerking, maar wel pijnlijk: na de inname van de Krim in 2014 en de grootschalige invasie van Oekraïne in 2022 door Rusland, en het veranderende buitenland- en defensiebeleid van de VS is de noodzaak voor meer Europese samenwerking juist toegenomen. Waarom slaagden de twee grootste economieën van de Europese Unie er dan niet in een succesvolle defensiesamenwerking op te zetten. Vier vragen en antwoorden over het project.

1Wat was het plan?