De afgelopen jaren zijn "zichtbare en expliciete vormen" van discriminatie aangepakt, ziet de commissie. "Maar de subtielere en dieper verankerde vormen van discriminatie blijven hardnekkig bestaan", staat in het eindrapport dat de naam Discriminatie doorbreken heeft gekregen.

De commissie stelt dat discriminatie is ingebed in wetten, regels, systemen en werkwijzen binnen beleid en dienstverlening. Daarvoor ziet de commissie drie grote oorzaken. Het beleid wordt allereerst te veel gemaakt vanuit een beperkt perspectief, omdat de overheidsorganisaties nog te weinig representatief zijn voor de bevolking.

De tweede oorzaak is dat de overheid zich bij discriminatie vooral beperkt tot het reageren op incidenten, terwijl er een structurele aanpak nodig is. En als derde punt stelt de commissie dat de overheid en politiek zich afzijdig houden van discriminatie. Politici zijn vaak terughoudend om discriminatie te benoemen of ontkennen die.

De commissie pleit "voor een fundamentele koerswijziging". "De overheid moet niet alleen stoppen met discrimineren, maar discriminatie voorkomen en actief bijdragen aan gelijkheid en gelijkwaardigheid."

Daarom doet de commissie tien aanbevelingen om discriminatie aan te pakken. Volgens Sylvester vragen die acties "om politieke moed, leiderschap, bestuurlijke inzet en maatschappelijke betrokkenheid."