De Nederlandse rechter heeft woensdag in een tussenvonnis bepaald dat de zaak hier verder mag worden behandeld. In april stonden Greenpeace en Energy Transfer tegenover elkaar in de rechtbank.

In de Amerikaanse zaak kreeg Greenpeace van de rechter een schadevergoeding van 345 miljoen dollar (bijna 300 miljoen euro). Activisten speelden volgens de rechter een rol bij protesten in 2016 en zouden schade en vertragingen hebben veroorzaakt aan de Dakota Access Pipeline van Energy Transfer. In die zaak loopt ook nog een hoger beroep in de VS.

Greenpeace zei eerder tegen NU.nl dat de schadeclaim de ondergang van hun Amerikaanse afdeling kan betekenen. Het hoofdkantoor van de internationale milieuorganisatie is in Nederland gevestigd.

In Europa geldt een richtlijn tegen juridische intimidatie van machtige bedrijven. Greenpeace vindt dat dit zo'n zaak is: ook wel een 'SLAPP' genoemd. SLAPPs zijn volgens juristen bedoeld om mensenrechtenverdedigers, journalisten of activisten het zwijgen op te leggen, vaak door het eisen van hoge schadevergoedingen. Volgens de rechtbank is die wetgeving niet van toepassing op deze zaak, omdat die later werd ingevoerd.

Toch is de milieuorganisatie blij met het nieuws dat de zaak mag doorgaan. Energy Transfer heeft nog niet gereageerd. Eerder zei de advocaat dat het bedrijf vindt dat de zaak niets met Nederland te maken heeft, omdat de schade in de VS is veroorzaakt. Daar ging de rechter niet in mee. Ook moet het bedrijf de proceskosten van Greenpeace betalen, wat neerkomt op zo'n 1500 euro.