Een vrouw is een vrouw. Jaja. Zo makkelijk is het nu niet en zo makkelijk was het begin jaren zestig ook niet, toen de Franse filmmaker Jean-Luc Godard (1930-2022) de film die zo heette in de bioscoop uitbracht: Une femme est une femme. Godard was de avantgardistische, ongrijpbare duvelstoejager van de nouvelle vague die de filmwereld voor altijd zou veranderen.

Wat hij niet was: een plottenbakker of groot psycholoog. Het uitgangspunt van Une femme est une femme is overzichtelijk. Stripteuse Angéla wil graag een kind, maar Émile, de man met wie ze samenleeft, wil dat niet. Dan zegt ze, misschien voor de grap, dat ze het wel aan zijn beste vriend Alfred zal vragen. Angéla is zowel een pruilmeisje als een onafhankelijke en onconventionele vrouw. Wat bij Godard echter altijd verbluffender is dan de verhalen die hij vertelt, is de manier waarop hij dat doet. Veel van zijn films zijn nog steeds vernieuwender dan wat er nu wordt gemaakt. Alleen is zijn blik op vrouwen aan herziening toe.

De ‘neorealistische musical’

Met Une femme est une femme wilde hij een ‘neorealistische musical’ maken. Dat zijn twee bijna niet te verenigen genres. Een mix van sociaal drama en het meest kunstmatige genre wat er is? Hoe dan? Nou: door er veel muziek in te stoppen en die heel kort en abrupt weg te knippen. Door de teksten en handelingen van de acteurs zo ritmisch te regisseren dat het wel dansjes lijken.