Hoe snel kan Nederland eigenlijk omschakelen naar een oorlogseconomie? Die vraag is me meer gaan bezighouden sinds ik afgelopen week in het Rotterdamse stadhuis een bijeenkomst bezocht die de titel The Rotterdam Summit had gekregen. Met als ontluisterende antwoord na die ochtend dat Nederland nog een lange weg te gaan heeft.

De bijeenkomst met tal van ondernemers rondom de Rotterdamse haven was georganiseerd door adviesfirma KPMG en VNO-NCW, waarvan de kersverse voorzitter Coen van Oostrum op de eerste rij zat. Als hoofdgast sprak secretaris-generaal Mark Rutte van de Navo. Natuurlijk kennen we de waarschuwingen van hemzelf en van Navo-generaals dat Europa zich moet voorbereiden op een oorlog met de toenemende dreiging en moet werken aan een oorlogseconomie in vredestijd. Die oorlogseconomie strekt zich verder uit dan verhoging van de defensie-uitgaven en versterking van de eigen Europese defensie-industrie, al ligt daar vaak de nadruk op.

Het gaat ook om het verhogen van de weerbaarheid, en dat omvat meer dan het klaarleggen door burgers van een noodpakket in hun keukenkast of kelder. De weerbaarheid zit ook in de energievoorziening, de infrastructuur, de cyberbeveiliging en de weerbaarheid van mensen, benadrukte Rutte nog maar eens. Neem Oekraïne als voorbeeld waar we veel van kunnen leren.