De jetlag raast nog door hun lijf als Yanni Szmick (24) en haar partner Sean Molle (31) na een vliegreis van elf uur vanuit Canada in een dampende keuken in Lima staan, in de kruidige geur van lomo saltado. De kok van restaurant Ayahuasca bakt deze Peruaanse ossenhaas in een wok waar de vlammen wild omheen slaan en blust hem af met sojasaus en koriander. De vakantie van het Canadese koppel begint met een food tour door Lima, de Peruaanse hoofdstad die is uitgegroeid tot culinaire hoofdstad van Latijns-Amerika.

Of eigenlijk van de wereld, want opeenvolgende jaren worden Peruaanse restaurants als Central en Maido uitgeroepen tot de beste van de wereld. „De Peruaanse keuken hebben we pas recent ontdekt, we eten thuis meestal Thais of Italiaans”, zegt Sean Molle als hij even later aan tafel zit en op het vlees kauwt. „We willen ons in Peru eerst onderdompelen in het lekkere eten. Daarna gaan we de Incatrail lopen en ruïnestad Machu Picchu bezoeken”, zegt vriendin Yanni Szmick.

Ze maken deel uit van een groep die gids Marcos Mamani Caceres (26) op sleeptouw neemt langs lokale markten, restaurants, en barretjes waar pisco sour (Peruaanse cocktail met vers limoensap en eiwit) wordt geserveerd. Op verschillende locaties geeft Caceres uitleg over Peruaanse gerechten en het ontstaan van de populaire keuken en wordt er geproefd en ontdekt. „Onze Inca maar ook pre-Inca voorouders zoals de Chavin en het Nazca-volk, kenden al een uitgebreide eetcultuur”, vertelt de gids, terwijl de groep een overdekte markt op loopt. „Voedsel als mais en aardappelen werd in hete stenen potten in de aarde gestopt en zo gegaard. De aardappel komt hier oorspronkelijk vandaan, we hebben in Peru wel een paar duizend soorten.”