Verwelkte witte rozen hangen slap voor een houten kruis langs de weg. Naast een stenen plakkaat met namen staan halfopgebrande kaarsen. Vorige maand werden op deze plek eenentwintig passagiers gedood bij een aanslag op een bus. Het was klaarlichte dag, toen hier langs de Pan-American Highway tussen Cali en Popayán in het zuidwesten van Colombia een bom ontplofte en de bloedigste aanslag sinds lange tijd plaatsvond.

De Colombiaanse autoriteiten wezen onmiddellijk naar de Estado Mayor Central (EMC), de grootste nog overgebleven dissidentengroep van de voormalige guerrillabeweging FARC. Zij weigerden in 2016 het vredesakkoord met de Colombiaanse regering te ondertekenen en gingen door met de gewapende strijd. Sindsdien is de groep in verschillende departementen in Colombia actief, vooral in de regio Cauca en Valle del Cauca (Cauca-vallei).

In aanloop naar de presidentsverkiezingen, deze zondag, neemt het geweld al maanden flink toe. Bijna dagelijks zijn er aanvallen waarbij drones en explosieven worden ingezet. Veel burgers worden getroffen, onder wie de drie omgekomen tantes van Vivian Tejada. Ze kwamen net terug van de begrafenis van hun neef toen de bom in de bus ontplofte. „Een aantal familieleden ging per auto, mijn tantes gingen met de bus”, vertelt Tejada.