Terwijl het Kremlin steeds verder gaat in zijn drift om Oekraïne cultureel te vernietigen – de terreurbombardementen in de pinksterweek waren mede gericht op musea, theaters en kerken – opent de buitenwereld juist de deur voor Russische kunstenaars en sporters.

Nadat wat kleinere sportbonden de Russische ballingschap al hadden opgeheven, is de Biënnale het eerste grote podium waarop het Poetinregime mag terugkeren. Volgens directeur Pietrangelo Buttafuoco is Venetië „de plek waar de wereld samenkomt„. Daar zal het niet bij blijven. Voetbalbond FIFA en het Olympisch Comité (IOC) maken eveneens aanstalten Rusland weer in de gelederen op te nemen. Tien tegen één dat voetbalbaas Gianni Infantino op het WK in Amerika iets dergelijks gaat aankondigen. IOC-voorzitter Kirsty Coventry is hem al voorgegaan. Begin mei verwelkomde zij Belarus terug en meldde ze „zeer constructieve uitwisselingen” met Rusland.

Deze culturele rehabilitatie van Rusland dwingt ook Nederlandse cultuurdragers om positie te kiezen: houden ze de deur dicht of gaan ze kool en geit sparen? Rieke Vos, curator van de Nederlandse inzending op de Biënnale, doet het laatste. De deelname van Rusland is volgens haar „een interessante testcase”. „Welke gesprekken wakkert dat aan?”, zei Vos tegen Trouw. „We leven in een tijd waarin we over heel veel dingen snel onze mening vormen en dan stoppen we het in een laatje. Goed of slecht.”