Het minderheidskabinet-Jetten wil liever niet meer samenwerken met ex-PVV’er Gidi Markuszower die vorige week opriep tot „maximaal geweld” tegen Palestijnse asielzoekers. Maar sluit het ook niet helemáál uit. Premier Rob Jetten van D66 zegt het dinsdagavond laat in een debat in de Tweede Kamer over het geweld bij protesten tegen asielopvang, en over de ‘normalisering’ van dat geweld door politici. Jetten zegt het nogal ingewikkeld. Markuszower, vindt hij, heeft zichzelf „buiten de constructieve krachten geplaatst waarin die samenwerking plaatsvindt”. En op zijn rondje langs ándere fractievoorzitters had Jetten gemerkt dat er in de Tweede Kamer, als het om „de grote onderwerpen” gaat, „voldoende constructieve krachten” zijn. Het hoeft dus niet.
Markuszower vindt het een moeilijke boodschap. Hij was in januari juist uit de PVV gestapt, samen met zes andere Kamerleden, omdat hij anders dan Geert Wilders wel graag met het kabinet wilde samenwerken. Hij staat meteen bij de interruptiemicrofoon. De premier, zegt hij en het klinkt bijna smekend, had toch gehóórd wat hij met zijn „misschien wat onhandige woorden” had bedoeld te zeggen? En wat hij er later allemaal nog over had gezegd? Dat alleen de overheid geweld mag gebruiken, dat het „proportioneel” moest zijn en bij Nederland moest passen?













