Breed lachend beklonk de Canadese premier Mark Carney deze maand in Calgary een overeenkomst met Danielle Smith, premier van de olierijke provincie Alberta. Als het aan hen ligt, begint al volgend jaar de aanleg van een pijpleiding voor olie uit de teerzanden van Alberta naar de Canadese westkust. Via die verbinding, met een capaciteit van een miljoen vaten per dag, moet zware ruwe olie uit de teerzanden worden geëxporteerd naar Aziatische landen.

Carney en Smith willen het omstreden plan hoge prioriteit geven, ook al heeft zich nog geen particuliere partner gemeld om de pijpleiding aan te leggen. „Dit is een goede dag voor Alberta, en een goede dag voor Canada”, zei de rechts-populistische Smith, die al jaren aandringt op uitbreiding van de olieproductie in Alberta.

Ook Carney was lovend; volgens hem worden met de overeenkomst concrete stappen gezet voor beperking van de uitstoot van broeikasgassen volgens de Canadese klimaatdoelen. Want het akkoord omvat ook afspraken over verhoging van de prijs voor de CO2-uitstoot voor de olie- en gassector in Alberta en een groot project voor kooldioxideopslag. „Dit is klimaatactie, dit is vooruitgang”, betoogde hij.

Het is een opmerkelijke typering van een plan dat de winning van teerzandolie moet uitbreiden – zeker uit de mond van Carney, van 2019 tot 2024 speciaal gezant voor klimaatactie en financiën namens de Verenigde Naties. In die rol was de voormalige centrale bankier een prominent voorvechter van investeringen in een klimaatneutrale economie.