Ajax-trainer Oscar Garcia veegt op het veld wat vocht uit zijn linkerooghoek, hoog op de tribune van het Kras Stadion in Volendam slaakt technisch-directeur Jordi Cruijff een diepe zucht van verlichting. Op het nippertje, na schafschoppen, heeft Ajax zich in de finale van de play-offs tegen FC Utrecht toch nog geplaatst voor Europees voetbal. Een plekje in de tweede voorronde van de Conference League, het laagst aangeschreven Europese toernooi. Maar zie ze juichen naar de fans, de spelers die de zware strijd streden. Die innige omhelzing tussen aanvoerder Davy Klaassen en keeper Maarten Paes, die twee penalty’s stopte.
Wat minuten later schetst de 33-jarige Klaassen voor de camera van ESPN in een paar zinnen de verlossende ontknoping van het zwakke seizoen dat er aan voorafging. Natuurlijk, een vijfde plaats voor recordkampioen Ajax in de Eredivisie, „dat is gewoon niet goed genoeg geweest, dat doet gewoon pijn.” Maar de zwaarbevochten winst na strafschoppen tegen FC Utrecht? „Wel een hele leuke dag, daar probeer je van te genieten. Maar morgen denk je: het moet anders. Gelukkig dat we de voorrondes (van de Conference League) ingaan, maar dan zullen we het beter moeten doen dan dit jaar.”











