Het was een alarmistisch beeld dat de laatste weken in de media circuleerde: azc-protesten zouden worden gecoördineerd en aangejaagd door rechtsextremisten met een agenda. Zij zouden op slinkse wijze lokale onrust proberen te kapen voor eigen gewin. Dat beeld is niet alleen onjuist, maar leidt ook tot een blinde vlek voor andere zorgelijke categorieën demonstranten.

Ten eerste, het is niet nieuw dat extreemrechts bij lokale spanningen probeert aan te haken. Tien jaar geleden maakte ik als promovendus en onderzoeksjournalist de toenmalige azc-demonstraties van dichtbij mee. In 2015 en 2016 werd uit protest tegen het aanwijzen van tijdelijke noodopvanglocaties het gemeentehuis in Geldermalsen bestormd, aanhangers van Identitair Verzet sloten zich aan bij protesten in Leiderdorp en Gouda, en Demonstranten Tegen Gemeenten (DTG) demonstreerde elke week wel ergens in het land. Tijdens de climax van deze verhitte periode gooiden vijf aanhangers van DTG molotovcocktails naar een moskee in Enschede, waarna zij werden veroordeeld voor terrorisme.

Destijds leidden al die inspanningen niet tot een groei van de extreemrechtse beweging. Dat is eigenlijk nog nooit gelukt en dat weet extreemrechts zelf ook. Nadat Marianne Vaatstra in 1999 in Kollum werd verkracht en vermoord, was de aanvankelijke gedachte dat de dader een asielzoeker moest zijn – iets wat later niet bleek te kloppen. De moord vormde een opmaat naar een opstand van de inwoners van Kollum tegen het asielzoekerscentrum, die in de media ook nog eens flink wat racistische taal uitsloegen. Desondanks kon extreemrechts er geen nieuwe aanhang werven, Kollumers moesten niets van hen hebben.Terug naar 2015 en 2016. Ook in die jaren hadden sommige rechtsextremistische ‘groepen’ via sociale mediakanalen (tien)duizenden volgers en sloten ze zich aan bij lokale protesten. Maar in de praktijk bleek het qua organisatiegraad en coördinatie nogal tegen te vallen. Meer dan eens vroeg ik me af of er überhaupt wel sprake was van ‘een groep’. Zo waren er indrukwekkende socialemediapagina’s van de Dutch Defence League en Zwart Front, met flink wat volgers. Uiteindelijk bleek in beide gevallen dat er één persoon achter zat (of twee, als je hun partners meetelde) en dat volgers van deze pagina’s zelf niet verder kwamen dan het toetsenbordridderschap.