Sneller, eenvoudiger en veiliger, dat is wat je wil horen van een ziekenhuis. Het UMCG in Groningen zette het deze week boven een persbericht over de diagnostische PET-scan die ze daar aanbieden, voor het opsporen van de ziekte van Parkinson en bepaalde tumoren in cellen die hormonen produceren.

De methode werkte goed, maar door de complexe productie van het materiaal dat nodig is voor de scans waren de wachttijden voor patiënten lang. Daar komt volgens het UMCG nu verandering in. „We konden eerst zo’n vier à vijf patiënten per week helpen”, zegt radiochemicus Gert Luurtsema van het UMCG aan de telefoon. „Nu gaan we wel richting de tien, eventueel meer.”

Bij een PET-scan (positronemissietomografie) wordt een tracer geïnjecteerd bij een patiënt, een stof die zich door het lichaam verspreidt en die daarna op de PET-scan te zien is. Doorgaans is die PET-tracer een stof die is gekoppeld aan een radioactief fluoratoom. Voor kanker vaak glucose, voor parkinson een bouwstof van dopamine. Als die tracer een afwijkende stofwisselingsreactie veroorzaakt, bijvoorbeeld omdat kankercellen meer glucose opnemen dan gezond weefsel, is dat te zien tijdens de PET-scan. „Met deze techniek kijken we een niveau dieper dan een gewone CT-scan”, zegt Luurtsema. „Met een CT-scan zie je bij wijze van spreken alleen de snelwegen, terwijl wij ook het verkeer zelf kunnen volgen.”