De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) maakt zich grote zorgen om de schaal van de ebola-uitbraak in de Democratische Republiek Congo (DRC), en de snelheid waarmee het virus zich verspreid. Dat zei WHO-directeur Tedros Adhanom Ghebreyesus dinsdag in Genève bij de algemene vergadering van de VN-organisatie.

Afgelopen zondag verklaarde Tedros dat de uitbraak in DRC en buurland Oeganda een „internationale noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid” is. Inmiddels zijn volgens Tedros ruim 500 mensen waarschijnlijk besmet met het virus, en zijn 130 mensen waarschijnlijk aan het virus overleden.

Zekerheid over het aantal besmettingen of over de omvang van de uitbraak kan de WHO niet geven, want er is een groot gebrek aan testmateriaal. Anne Ancia, vertegenwoordiger van de WHO in de DRC, zei dinsdag tegen persbureau Reuters dat de instanties in het land gemiddeld slechts zes testen per uur kunnen afnemen.

De reden daarvoor is dat de huidige uitbraak wordt veroorzaakt door het Bundibugyo-virus, een relatief zeldzame variant van het ebolavirus. Volgens Ancia duurde het aanvankelijk weken voordat lokale autoriteiten de uitbraak opmerkten, omdat zij de zieken testten met tests die bedoeld zijn voor de Zaïre-variant van het virus.