En toen bood de burgemeester, die eigenlijk de waarnemend burgemeester is van Loosdrecht, dat eigenlijk weer valt onder de gemeente Wijdemeren, zijn excuses aan. De bewoners van Loosdrecht waren ‘overvallen’ door het snelle besluit asielopvang te regelen, „dat had anders gekund en anders gemoeten”, zei waarnemer Mark Verheijen.

Dat was een handreiking naar de ‘boze, bezorgde burgers’, zoals die inmiddels heten, ook als die bezorgde burgers kort daarvoor nog de brandweer wilden tegenhouden, die het vuur wilde blussen rond de opvang waar asielzoekers zaten. Brand lijkt me nu typisch zo’n situatie waardoor je wordt ‘overvallen’.

Misschien hielpen die excuses van de waarnemend burgemeester in het kader van ‘goed bestuur’ en nog zo wat, maar je hoopt dat ook de rellende en muitende bewoners zich vervolgens hebben gebogen over het vraagstuk van ‘goed burgerschap’. Brandende fakkels gooien naar een opvangplek hoort daar niet bij. Maar ik vrees dat die hand in eigen boezem achterwege is gebleven, en dat die excuses van de burgervader met terugwerkende kracht gebruikt worden om de eigen ‘bezorgde’ acties goed te praten. Toch gelijk gekregen.

Op 6 mei, een paar dagen voor de brandstichting liep Kamerlid Markuszower (ex PVV) nog gezellig mee in de anti-azc demonstratie in Loosdrecht, en keuvelde over ‘omvolkt’ worden. Ook kamerlid Mona Keijzer (ex CDA, ex BBB) betuigde haar steun, evenals Lidewij de Vos (FvD). De Loosdrechtse boosheid had parlementaire dekking gekregen, terwijl de Spreidingswet nog steeds geldt. Kamerleden steunden de wetteloosheid.