De smartphones gaan de lucht in zodra de deuren van de Werkspoorkathedraal opengaan en het publiek binnenloopt. Radio Vinci Park wordt overal gespeeld in enorme ruimtes, meestal parkeergarages, maar de oude fabriekshal waar stalen bruggen, treinen en trams werden gemaakt is wel erg fotogeniek met zijn glazen achterwand. Daar, in het gele schijnsel van drie lichtbalkjes, speelt Marie-Pierre Brébant al een serie barokcomposities en Mozartsonates op haar klavecimbel.
Als het licht aangaat boven de motorrijder (Cyril Bourny) die roerloos aan het einde van de hal staat, is dat het startsein voor een vervreemdende verleidingsdans, de uitkomst van een toxische relatie. De opkomst van de neuriënde François Chaignaud, geschoold zanger, danser en acteur, lijkt op die van een bokser, maar in feite is hij de zwakke partij. Met zijn omwikkelde handen in defensieve stand, hoodie over het hoofd en geblanket gelaat is hij, op ijzingwekkend hoge hakken en in wit tuniekpak, de tegenpool van de gehelmde motorrijder in zwart leder.
In de ring van dranghekken ontspint zich een ritueel van aftasten, uitdagen en verleiden, een gevecht van mens tegen machine. Als een toreador benadert Chaignaud met omtrekkende bewegingen de roerloze motorrijder, waarbij zijn ghungroos (enkelbellen) elke stap rinkelend markeren. Met elegante bewegingen, hier en daar een iconische balletpose, een welgeplaatste flamenco zapateado en zijn mooie zangstem probeert hij het object van zijn liefde terug te winnen („return to me”, klinkt het klaaglijk).









