Op een chipje ter grootte van een vingernagel licht een rechthoekig structuurtje felgroen op. „Dit is een versterker voor lichtsignalen voor communicatie. Hij is veel kleiner dan de huidige apparaten”, vertelt Sonia García-Blanco, hoogleraar nanofotonica in haar lab aan de Universiteit Twente. In een lab een paar deuren verderop laat een collega een vergelijkbaar chipje zien waar dunne glasvezelkabeltjes uitsteken, als een warrige bos haar. Dit apparaatje belooft een veel grotere sensor voor de analyse van materialen te kunnen vervangen.
Fotonica is een breed vakgebied dat zich bezighoudt met de technologie van het opwekken, verplaatsen, bewerken en detecteren van licht of lichtdeeltjes (fotonen). Hieronder vallen ook lasers, zonnecellen, lichtsensoren en de glasvezelnetwerken voor snelle internetverbindingen. Geïntegreerde fotonica of optische chips zijn geminiaturiseerde varianten hiervan.
„Ze zien eruit als de chips die we kennen uit de elektronica”, zegt Pepijn Pinkse, hoogleraar toegepaste natuurkunde aan de Universiteit Twente. „Maar waar elektronische chips informatie verplaatsen in de vorm van elektrische stroompjes, oftewel elektronen, doen fotonische of optische chips dat met licht, oftewel fotonen.” De structuurtjes, zoals de groen oplichtende rechthoek, zijn de banen waar het licht doorheen beweegt – een soort minuscule glasvezels.







