„We zouden minder moeten praten en meer in actie moeten komen”, zei de Letse premier Andris Kulbergs maandag vlak voordat hij met enkele Europese collega’s in de Finse stad Rovaniemi in gesprek ging over de toekomst van het Arctische gebied. Onlangs was hij in Oekraïne geweest en daar had hij gezien dat er een tijd is van praten en een tijd van doen. Hij reageerde op een vraag over een Russische droneaanval dit weekend bij de Poolse grens, vlak nadat Europese politici en diplomaten in een trein waren gepasseerd. Het was de zoveelste keer dat Rusland de EU uitdaagde.

Kulbergs: „Onze grootste dreiging zijn wijzelf, omdat we alles volgens de regels doen. We doen steeds precies wat de agressor verwacht. Ik zou zeggen: we zijn slimmer dan dat.” Reden te meer om bij deze top aanwezig te zijn, stelde de Letse premier, want Europa verkeert in een fase van „geleende tijd”, en die tijd moest goed gebruikt worden.

De Russische droneaanval was een terugkerend gespreksonderwerp van de Europese leiders bij de Europese Arctische top. Behalve de Letse en de Finse premier waren ook de regeringsleiders van de twee andere Baltische staten, Denemarken, Duitsland en de Roemeense president aanwezig, evenals de Franse minister van Buitenlandse Zaken, de voorzitter van de Europese Raad António Costa en hoge EU-vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid Kaja Kallas. De Poolse premier Donald Tusk was door de gebeurtenissen aan de grens van zijn land afgelopen weekend toch niet gekomen.