Het kabinet-Jetten investeert komend jaar 668 miljoen euro extra in onderwijs, blijkt uit de gelekte begroting. Voor een groot deel gebruikt het kabinet dat geld om de bezuinigingen terug te draaien die het kabinet-Schoof had gepland op met name het hoger onderwijs, maar ook op subsidieregelingen om achterstanden bij kinderen weg te werken.

Daarnaast is er geld beschikbaar voor investeringen, onder meer voor wetenschappelijk onderzoek en praktijkgericht onderzoek in het beroepsonderwijs. Ook steekt het kabinet extra geld in de ontwikkeling van een nieuwe nationale supercomputer met grote rekenkracht en in een Einstein Telescope R&D-centrum. Ook voor kennisveiligheid en cyberweerbaarheid van universiteiten, hogescholen, ziekenhuizen en wetenschapsinstituten KNAW en NWO is geld gereserveerd.

In april werd al bekend dat de basisbeurs voor uitwonende studenten met 50 euro wordt verhoogd. Maar dat gebeurt pas in 2028.

In de begroting staan meer maatregelen die al waren bekendgemaakt. Zo willen minister Rianne Letschert (D66) en staatssecretaris Judith Tielen (VVD) op termijn 346 miljoen euro structureel investeren in de bijscholing van onderwijspersoneel.

Zo ver is het in 2027 nog niet. Voor het primair onderwijs is 3,7 miljoen euro beschikbaar en voor het voortgezet onderwijs 2,3 miljoen euro. Daarnaast komt er vanaf komend jaar structureel geld voor het aantrekkelijk maken van zij-instroom in het onderwijs. In 2027 is dat 79,3 miljoen euro, vanaf 2028 88,1 miljoen euro.