In Nederland zijn nu achttien mensen besmet met het westnijlvirus. Dat meldt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) donderdag. Het dodental is opgelopen tot drie. Sinds vorige week kwamen er acht besmettingen bij.

De meeste gevallen kwamen aan het licht nadat patiënten in het ziekenhuis waren opgenomen met klachten. Bij een ander werd het virus gevonden tijdens een wetenschappelijk onderzoek van bloedbank Sanquin. De patiënten kregen het virus na muggenbeten in de provincies Utrecht, Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland, Overijssel en Gelderland.

Volgens het RIVM is de kans om het virus op te lopen en er ziek van te worden is „erg klein”: ongeveer 80 procent van de mensen die het westnijlvirus oploopt krijgt geen klachten. Bij het overgrote deel daarvan blijft het bij griepachtige klachten als koorts, hoofdpijn en buikpijn. In uitzonderlijke gevallen (1 procent) wordt iemand ernstig ziek, met kans op hersenvliesontsteking.

Het westnijlvirus komt van nature vooral voor bij vogels, maar kan zich via muggen verspreiden naar mensen en andere dieren. De muggen raken besmet door zich te voeden met bloed van besmette vogels en brengen het virus vervolgens op dezelfde manier over op de mens. Overdracht van mens op mens is niet mogelijk.