Het is allesbehalve stil op de eerste etage van de bibliotheek. Wanneer de schuifdeuren van de Stadkamer in Zwolle opengaan, stappen bezoekers een klein café binnen. Er worden hardop gesprekken gevoerd, af en toe rinkelt ergens servies. Uit een naastgelegen zaal klinken de ritmes van iemand die snel piano speelt.

„Volgens mij komt die van het conservatorium”, zegt Rick de Bruijn (39). Hij is verantwoordelijk voor de gastvrijheid en veiligheid in de bibliotheek. „Studenten hebben we hier sowieso heel veel. Het is een fijne studeerplek.” De Bruijn doelt op de grote bureaus op de eerste en tweede etage.

Sinds corona blijven de bezoekersaantallen alleen maar stijgen

Eenmaal boven is het een stuk stiller. Geen gelach maar zacht gegiechel, geen geroezemoes maar gefluisterd overleg. Zoals tussen Lavinya Ahmad (19) en Iris Doornbos (18). „Thuis heb ik veel meer last van afleidingen zoals mijn telefoon”, vertelt Ahmad. Doornbos evengoed: ”Ik ga dan praten met mijn zussen of ik kijk mee naar de tv. Je raakt veel minder snel afgeleid in de bibliotheek.”

Toch gaan jongeren niet alleen naar de bibliotheek om te leren. Op de tweede etage, waar bezoekers hun eigen voetstappen kunnen horen, zit Elosias Fitsum (20) weggedoken in een boek over de liefde. „Ik kom hier altijd één keer in de twee weken om te lezen. Niet alleen omdat je minder wordt afgeleid, je wordt ook door andere mensen gemotiveerd om te lezen.”