Het ingrijpend gerenoveerde Camp Nou van FC Barcelona is het fraaie decor waar Feyenoord woensdagavond terugkeert op het hoogst Europese niveau. Het zijn deze wedstrijden, met een tegenstander uit de buitencategorie, die de aantrekkingskracht van de Champions League onverminderd groot maken.
„Een hele mooie uitdaging”, noemt Dévy Rigaux, technisch directeur van Feyenoord, spelen op dit niveau. Op „bepaalde momenten” zal de ploeg „enorm moeten afzien”, zei hij vorige week in een lang gesprek met enkele media, waaronder NRC. „We willen onze identiteit behouden, ook aan de bal, durven voetballen. We hebben niet veel te verliezen, hè.”
Nu zijn ze er nog bij. Die kans wordt komende jaren aanzienlijk minder doordat de tweede plek in de Eredivisie vanaf dit seizoen niet langer recht geeft op een direct ticket voor het hoofdtoernooi van de Champions League (goed voor minimaal veertig miljoen euro aan inkomsten). De club die straks als tweede eindigt, moet twee voorrondes overleven om zich te plaatsen voor de hoofdfase – wat Nederlandse ploegen niet vaak lukt.
Conservatievere koers
Feyenoord, afgelopen jaren sportief ver achter geraakt op landskampioen PSV, neemt een voorschot op die realiteit. De directie, vernieuwd met ‘td’ Rigaux en algemeen directeur Robert Eenhoorn, kiest voor een veel conservatievere financiële koers dan hun voorganger Dennis te Kloese, die beide portefeuilles combineerde. „We begroten niet op Champions League-deelname, dan zou je jezelf klem zetten”, zegt Rigaux.
















