„Stabiliteit is onze eerste, grote hervorming”, zei Giorgia Meloni trots, toen ze vrijdag in het Zuid-Italiaanse Bari met haar aanhangers van de radicaal-rechtse partij Fratelli d’Italia een mijlpaal vierde. In een land waar regeringen elkaar decennialang in hoog tempo aflosten, leidt de voormalige neofascistische militante de langstzittende regering in de geschiedenis van de Italiaanse republiek (sinds 1946).

Sinds oktober 2022 staat Meloni (49) aan het hoofd van een rechtse regeringscoalitie, waarin haar partij met afstand de grootste is. Haast even uitzonderlijk voor Italië als de stabiliteit die Meloni bracht, is haar populariteit, zegt geopolitiek analist Riccardo Alcaro: „Fratelli d’Italia peilt rond de 26 procent, het resultaat waarmee ze vier jaar geleden de verkiezingen won. Dat zijn háár kiezers, die trouw blijven aan de premier.”

Die stabiliteit komt neer op stilstand, klinkt het verwijt van Elly Schlein, leider van de sociaaldemocratische Partito Democratico (PD). De energierekeningen in Italië behoren tot de hoogste in Europa en de kosten van levensonderhoud stijgen. Dat alles moet met lage salarissen worden betaald, hekelt oppositiepoliticus Schlein, die er ook op wijst dat de Italiaanse economie nauwelijks groeit, ondanks de financiële injectie uit het Europese coronaherstelfonds van bijna 200 miljard euro.