Nederland moet zich beter kunnen weren tegen onder meer de Russische en Chinese dreiging, vindt het kabinet. Met een wetsvoorstel wil het daarom de bevoegdheden van de inlichtingendiensten flink verruimen. Door de regering aangewezen ‘opponenten’, naast Rusland en China bijvoorbeeld ook Iran, zouden zo sneller en makkelijker onderzocht kunnen worden door de geheime diensten.
Nu verplicht de wetgeving dat ieder afluisterverzoek of hack vooraf wordt getoetst door de toezichthouder, de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB). Het wetsvoorstel beoogt die verplichting grotendeels te schrappen. De diensten zouden dan maximaal – zonder toetsing vooraf – een jaar lang zo’n aangewezen tegenstander mogen tappen, volgen en hacken.
Het is een grote verbouwing van de wet
Minister Dilan Yesilgöz (Defensie, VVD) noemt de wet „keihard nodig om Nederland en onze bondgenoten te kunnen blijven beschermen”. Zo stelde ze in de verklaring bij het wetsvoorstel, dat vorige week vrijdag door de ministerraad ging. Russen die gevoelige politiegegevens proberen te verkrijgen en Chinese hackers die „op listige wijze” technologieën willen stelen, worden als voorbeelden genoemd waartegen Nederland zich beter moet wapenen. „Met deze wet wordt ons mes scherper”, aldus Yesilgöz.






