Een zacht avondzonnetje strijkt zaterdag nog net over het dak van de Johan Cruijff Arena als achter het doel van Ajax de fanatieke aanhang drie spandoeken ontvouwt. Uit de speakers dreunt „I can feel it coming in the air tonight”, de tekst van een jarentachtigklassieker die ook op de buitenste doeken gedrukt staat. Er tussenin volgt even later de tribunevullende beeltenis van de Griekse held Ajax, de speer dreigend omlaag gericht, bliksem op de achtergrond.
Een drukke transferzomer vol aanwinsten heeft het broze zelfvertrouwen goed gedaan, zoveel is voelbaar in het stadion, in aanloop naar deze eerste serieuze test van het nieuwe seizoen: een ontmoeting met landskampioen PSV. Vervaagd zijn de herinneringen aan de drie voorgaande, teleurstellende seizoenen. De komst van Jordi Cruijff als technisch directeur, en van vele nieuwe namen, bracht ook hernieuwde hoop op een heropleving.
Op het veld staat de uitkomst van de grootschalige renovatie die Cruijff de laatste maanden doorvoerde. Er wordt afscheid genomen van het jonge talent Mika Godts, die net als Sean Steur voor veel geld werd verkocht, om bestedingsruimte te scheppen. Ook grootverdieners als Josip Sutalo en Ko Itakura vertrokken. Voor hen in de plaats volgde een reeks aan soms verrassende namen, van de Duits international Julian Brandt tot de ervaren doelman Marc ter Stegen van FC Barcelona. Bij het omroepen van hun namen klinkt zaterdag luid gejuich.










