"Er is weer iets gebroken aan de auto", riep Verstappen halverwege de kwalificatie over de boordradio. Na de sessie ging hij in het Red Bull-onderkomen dieper in op het probleem aan de achterkant, wat vaker blijkt voor te komen.
"Er zijn soms componenten op de auto die kapotgaan of vastlopen. Dat gevoel heb ik wel vaker dit seizoen", zei een gelaten Verstappen. "Soms gebeurt het in de training, dan kun je het oplossen. Soms gebeurt het tijdens een race, zoals in Oostenrijk. En nu gebeurde het in de kwalificatie. Dan gaat de auto niet goed over hobbels en kerbs en stuitert alles veel meer. Je kunt de auto niet volop benutten, omdat je alle kanten op gaat."
Zeker op Monza, waar het goed nemen van de kerbstones in de chicanes cruciaal is, kost dat rondetijd. Met een derde tijd in de laatste vrije training in het achterhoofd had Verstappen juist verwacht dat een betere startpositie mogelijk was.
"Absoluut, er zat meer in", beaamde hij. "Maar ik sta er niet meer versteld van. Dit seizoen gaat er bijna elk weekend wel wat mis. We moeten gewoon door. We vechten toch niet voor het kampioenschap, dus het maakt ook niet zo veel uit. Ik word er niet cynisch van, maar ik wil er wel altijd het beste uithalen en als dat dan niet lukt omdat er weer iets fout gaat, raak ik wel gefrustreerd. Alleen je moet proberen te relativeren."






