In een legerkamp in Bidur, in het Nepalese district Nuwakot, zit Shamila Shrestha, zwaar aangeslagen na de vloedgolf die door haar afgelegen dorp in Trishuli raasde, en die haar huis verwoestte en haar beide ouders meesleurde.
De 36-jarige vrouw werd gered en met een helikopter naar de legerbasis gebracht. Maar meer dan een week na de ramp zijn haar vader Krishna Shrestha en haar moeder Mohan Maya nog onder de duizenden vermisten in Nepal en Tibet.
„We hadden een klein winkeltje waar we religieuze artikelen verkochten. Mijn ouders waren in de winkel toen de vloedgolf kwam. Ze zeiden dat ze de winkel zouden sluiten en naar huis zouden komen, maar voordat ze dat konden doen werden ze meegevoerd”, zegt Shrestha met tranen in haar ogen. „Ik wist te ontsnappen door de andere kant op te rennen.”
„Onze bezittingen en andere spullen lagen in het huis en in de winkel. Papa is een oud-medewerker van het Nepalese energiebedrijf NEA en kreeg een pensioen. Dat geld is weg. We hadden ook goud, dat is ook weg”, zegt ze.
Shrestha is een van de overlevenden en nabestaanden die wanhopig op zoek zijn naar de meer dan 4.200 mensen die nog vermist worden na de dodelijke ramp in de Himalaya op 26 augustus.











