In Noorwegen stonden vorig jaar april ongemerkt de kleppen van een dam open waardoor vier uur lang bijna 500 liter water per seconde ontsnapte; vermoedelijk het werk van een pro-Russische hackersgroep. In de VS werden vorige maand meerdere waterbedrijven gehackt, vermoedelijk door Iran. Het drinkwater bleef veilig, maar de schrik was groot. Hybride oorlogsvoering met cybercrime als wapen.
En ook Nederland ontkomt niet meer aan aanvallen op vitale infrastructuur: water, energie, voedsel, transport, chemie. Zo claimde een pro-Russische hackersgroep vorig jaar september op Telegram met succes een waterzuiveringsinstallatie te zijn binnengedrongen. De installatie was nep – opgezet als lokaas (‘honeypot’) door een cybersecuritybedrijf. Maar de eerste geslaagde hackpoging is al een feit. Die was bij een Nederlandse aardappelboer, in mei dit jaar. Gelukkig zonder gevolgen.
Die laatste hack, door een groep genaamd NoName057(16), toont hoe razendsnel de cyberdreiging in Nederland verandert – en hoe complex de opsporing en vervolging van dit soort feiten is. In hun tweejaarlijkse analyse van cybercrime in Nederland, donderdag gepubliceerd, beschrijven politie en Openbaar Ministerie de opkomst van een nieuwe generatie jonge, westerse cybercriminelen die fluïde opereren. Zoals NoName057(16), dat via een Telegram-kanaal met 60.000 leden in Europa uitvoerders rekruteert voor hacks en DDoS-aanvallen op landen en organisaties die Oekraïne steunen. Op een scorebord houdt NoName057(16) bij wie de meeste aanvallen heeft gepleegd.






