Het water is verdwenen, en het wordt steeds duidelijker wat er in het grensgebied van Nepal en Tibet is gebeurd. De losgebroken massa van ijs en rotsen en de daaropvolgende overstromingen kostten minstens 1.100 mensen het leven; duizenden mensen zijn gewond of vermist. Complete dorpen, wegen, bruggen en akkers zijn weggevaagd.
Er wordt nog onderzocht wat de precieze oorzaken zijn, maar de gebeurtenissen passen volgens wetenschappers in het beeld van een opwarmende Himalaya. De Nepalese overheid schat de schade op vier tot vijf miljard dollar. Dat is meer dan 10 procent van het bruto binnenlands product (bbp) van het land.
Nepal is een van de armste landen van Azië en werd elf jaar geleden ook al getroffen door een zeer zware aardbeving, waarbij duizenden mensen omkwamen. Een belangrijk deel van de economie draait op toerisme en energie uit waterkracht: twee sectoren die hard worden geraakt door het natuurgeweld.
Precies voor dat soort verliezen hebben de Verenigde Naties een speciaal fonds: het zogenoemde Loss & Damage Fund (ook wel het klimaatschadefonds genoemd). Het is bedoeld om kwetsbare landen te ondersteunen wanneer zij zeer ernstige schade lijden door de gevolgen van klimaatverandering. Bijvoorbeeld met geld om infrastructuur te herstellen.






