Een nieuw stelsel voor het belasten van vermogens zal weer langer op zich laten wachten. Dat bleek begin deze week toen de plannen van het kabinet-Jetten voor de begroting voor komend jaar uitlekten. De coalitiepartners zijn er blijkbaar onderling niet in geslaagd om een politieke oplossing te verzinnen voor de Wet Werkelijk Rendement Box 3, die vlak voor de zomer vastliep in de Eerste Kamer.
Uitstel van een nieuwe wet betekent een financiële tegenvaller van 2,4 miljard euro per jaar voor de fiscus. Tot deze week ging Financiën ervan uit dat er per 1 januari 2028 een nieuwe wet zou liggen, nu houden ingewijden rekening met in elk geval een extra jaar vertraging.
1Wat is er ook alweer aan de hand met Box 3?
In 2021 schoot de Hoge Raad een gat in de oude wet die vermogensbelasting regelt. Het kabinet bedacht een tijdelijke reparatiewet, gebaseerd op het werkelijke rendement in plaats van op de fictieve rendementen waarop de oude wet gestoeld was. Maar die reparatiewet was haastig opgetuigd en verre van perfect: de staatskas loopt nu jaarlijks 2,4 miljard euro aan inkomsten mis ten opzichte van de oude situatie.
In de tussentijd werkte de verantwoordelijk staatssecretaris van Financiën aan een nieuwe wet die voor het grootste deel belasting heft via een vermogensaanwasbelasting en voor een kleiner deel via een vermogenswinstbelasting. Aanwasbelasting houdt in: belasting betalen over de waardestijging van vermogen (zoals aandelen), ook als dat ‘slechts’ papieren winst is. Bij een winstbelasting heft de staat pas op het moment dat de aandelen zijn verkocht.











