Non-profitorganisatie National Trust for Historic Preservation spande vorig jaar een rechtszaak aan, nadat de regering zonder toestemming van het Congres de oostvleugel van het Witte Huis had afgebroken en was begonnen met de bouw van de balzaal. Vanwege die lopende zaak legde een lagere rechtbank de bovengrondse bouw van de balzaal van 400 miljoen dollar stil.
Daarop stapte de regering naar het hooggerechtshof, waar vijf van de negen rechters haar gelijk gaven. In hun uitspraak schrijven de vijf rechters dat de organisatie niet de vereiste juridische bevoegdheid heeft om de regering aan te klagen. Ook zou de Amerikaanse overheid "onherstelbare schade" lijden als het project wordt geblokkeerd.
Opperrechter John Roberts was de enige conservatieve rechter die een andere mening had, naast de drie liberale rechters van het hof. Roberts schrijft dat de bouw van de balzaal "waarschijnlijk onwettig" is. Hij merkte op dat het Congres heeft verboden om dit soort bouwprojecten zonder toestemming uit te voeren.
Volgens de regering is de balzaal noodzakelijk voor de nationale veiligheid, waarbij wordt verwezen naar meerdere moordaanslagen op Trump en andere recente bedreigingen. Het project heeft naast de bovengrondse balzaal namelijk een uitgebreid ondergronds complex, waar volgens Trump schuilkelders, medische faciliteiten, bescherming tegen drones en raketten "allemaal met elkaar verbonden zijn".









