De Amerikaanse president Donald Trump kondigde begin augustus aan dat hij Iran voorlopig niet meer zou aanvallen. Hij zei toen af te zien van "de grootste aanval sinds de Tweede Wereldoorlog". Dat deed hij naar eigen zeggen onder druk van partnerlanden in het Midden-Oosten, waaronder Qatar en Saoedi-Arabië.

In de weken daarna heerste inderdaad relatieve rust in de Golfregio. De VS en Iran voerden geen aanvallen meer uit. En er voeren iets meer schepen door de Straat van Hormuz, al bleef dat riskant en waren er wel incidenten.

Maar zondag greep de VS toch weer naar de wapens. Raketlanceerders op het eiland Larak waren het doelwit. Larak is ongeveer 50 vierkante kilometer groot en ligt pal in de Straat van Hormuz. Het Amerikaanse commandocentrum CENTCOM schreef op X dat de installatie zou worden gebruikt om drones te lanceren.

Een Iraans persbureau meldde zeker twee doden door de Amerikaanse aanval. Iran reageerde met het afvuren van raketten op een basis van de VS in Jordanië. Die raketten hebben niet tot slachtoffers of grote schade geleid. De Verenigde Arabische Emiraten zagen een Iraanse drone boven hun territoriale wateren.

Met de nieuwe aanvallen groeit de vrees dat het militaire conflict tussen de VS en Iran weer oplaait. De Iraanse president Masoud Pezeshkian zei dat Iran "niet uit is op oorlog, maar agressors een vastberaden antwoord zal geven".